RVO verslikt zich in mestboetes

24-11-2020

Ongeveer 80% van de mestzaken halen de eindstreep niet. Deels ligt dat aan de opzet van de Meststoffenwet, maar vooral aan de wijze waarop RVO die Meststoffenwet met eigen fantasieën denkt te herkennen op landbouwbedrijven. De Rechtspraak gebruikt hiervoor de termen willekeur, achterhouden van informatie, strijdigheid van een eerlijk proces. Niet echt een rapport om mee thuis te komen.

Voor een boer is het heel simpel. Middels het weiden van vee en het uitrijden van mest is nauwkeurig bekend hoeveel mest is aangewend. RVO doet het anders. RVO berekent het gebruik van meststoffen uit wat er mist uit de mestvoorraad c.q. de meststroom op het bedrijf. Als RVO zijn werk goed doet, dan zij deze twee uitkomsten aan elkaar gelijk. De praktijk is een andere.

RVO heeft de praktijk van de voorraadwaardering, de mestproductie en de aan- en afvoer van meststoffen vervangen door eigen standpunten, waarheden die in beton gegoten lijken, standaard correcties en beleidsregels. Deze worden stuk voor stuk toegepast zonder oog te hebben voor de werkelijkheid. De toepassing van deze werkwijze is voor een landbouwer niet te voorzien. Dit leidt tot onvoorzienbare uitkomsten met de bekende uitwassen. Hiervan heeft iedereen wel eens gehoord of is er zelfs mee geconfronteerd. Deze uitwassen zouden voorkomen kunnen worden door de uitkomst te toetsen met gewoon gezond boeren verstand. De mooiste (of eigenlijk de meest bizarre) uitwas is de zaak waar een landbouwer zo’n 1.000 kg stikstof uit dierlijke mest zou hebben aangewend, zonder één ton mest en zonder één kg fosfaat. Bij RVO kan het.

Dat een praktischer mestbeleid en handhaving noodzakelijk is staat wat ons betreft buiten kijf. Voorlopig zullen we RVO blijven confronteren met de onredelijke werkwijze, gebaseerd op onduidelijk of geheime uitgangspunten, willekeur en eigen gecreëerde werkelijk.